Terwijl het laatste lijsttrekkersdebat in Eindhoven is gehouden, zit ik in Parijs in een workshop over biobrandstoffen. Omdat ik die workshop mede heb georganiseerd, kon ik dit niet laten schieten voor het laatste debat. Jammer!
Maar deze workshop laat toch ook weer zien hoe koppig de politiek kan zijn. Hier zitten nu bijna alle wetenschappers bij elkaar uit Europa en de Verenigde Staten die het afgelopen over biobrandstoffen hebben gepubliceerd, waaronder in Science. En natuurlijk zijn er nog veel meningsverschillen over de vraag of biobrandstoffen de toekomst hebben. Maar waar echt iedereen het over eens is: een verplichte doelstelling voor 2020 op biobrandstoffen is onverstandig beleid. Dus wat heeft Europa eind 2008 besloten? Juist, handhaven van de doelstelling… Jammer genoeg doen de Verenigde Staten het nog erger: die hebben een specifieke doelstelling voor biobrandstoffen gemaakt uit mais. En ook daar is iedereen het hier over eens: als er één biobrandstof is die slecht scoort, is het wel die uit mais.
Maar politiek heeft men zich nu eenmaal ingegraven en dan doen argumenten er minder toe. De EU vraagt nu wel aan de wetenschap hoe zogenaamde ‘indirecte effecten’, zoals voedselprijsstijgingen, kunnen worden voorkomen. Oftewel: het beleid draait eerste de kraan open en vraagt nu vervolgens aan de wetenschap hoe het beste gedweild kan worden.
Zodra ik in het Europees Parlement zit, zal ik deze Parijse contacten gebruiken om de Europese beleidsmakers te laten zien dat een verplichte doelstelling voor 2020 voor biobrandstoffen echt niet kan. En ook niet hoeft. Eind 2010 moet de Europese Commissie met een tussenrapportage komen, dus als Europees Parlementariër is het debat zeker nog te sturen.

